Waar communities vroeger misschien vooral draaiden om contact willen veel opdrachtgevers van nu graag iets meer. Dat is niet zo vreemd: in dit tijdperk van sociale media is virtueel contact zo makkelijk en flexibel in te regelen dat opdrachtgevers pas bij ontwerpers uitkomen als ze, bijvoorbeeld, willen dat de leden van hun communities samen dingen bereiken. In ieder geval is dat wat veel opdrachtgevers die we bij DMEC tegenkomen willen. Wikipedia is een mooi voorbeeld van een community die helemaal draait om een gemeenschappelijk project. Wikipedia bied gebruikers de tools om samen een encyclopedie te maken. De vraag van deze week is of wij ook dit soort tools kunnen ontwerpen en hoe die er dan voor andere communities uit zullen zien.
De eerste communities waarin gebruikers samen dingen voor elkaar kregen waren open source communities in de jaren 90 waar programmeurs samen software maakten: die was van spectaculaire kwaliteit (denk aan linux en apache), het werk werd vaak onbetaald gedaan, zonder duidelijk ontwikkeld plan vooraf en met e-mail als enige communicatiemiddel. Kwestie van slim organiseren, een duidelijk idee van het einddoel, en een cultuur waarbij iedereen – ook gebruikers -kunnen bijdragen naar hun eigen vermogen. Gerard Fisher, denkt dat we deze participatie cultuur ook buiten de software wereld kunnen creëren. En in zijn artikel Understanding, Fostering and Supporting Cultures of Participation schetst hij hoe dat volgens hem zou kunnen.
Fisher geeft drie denkrichtingen. Ten eerste is er meta-design: dat is ontwerpen zodat de gebruikers ook als ontwerper kunnen optreden en veranderingen op gang kunnen brengen. Een goed voorbeeld van metadesign is de vroege ontwikkeling van Twitter. Dan is er design for social creativity: dat is zorgen dat gebruikers allemaal op hun eigen manier kunnen bijdragen, dat ze onafhankelijk kunnen handelen, dat grotere problemen in stukjes opgelost kunnen worden, dat die puzzelstukjes weer bij elkaar gelegd kunnen worden enzovoort. Tot slot denkt Fisher dat richer ecologies of participation een oplossing kunnen zijn. Daarmee bedoeld hij dat iedereen op zijn eigen niveau en eigen manier moet kunnen bijdragen. Dat kunnen heel verschillende soorten bijdragen zijn. De figuur op bladzijde 159 is misleidend, omdat het daar lijkt of het gaat om de hoeveelheid participatie, terwijl het Fisher ook (misschien wel meer) gaat om diversiteit: verschillende soorten bijdragen die in elkaar grijpen. Fisher past deze ideeën toe op een brede set van voorbeelden en hij geeft nog vijf specifiekere ontwerprichtlijnen.
Ontwerpopdracht.
Lees het artikel Understanding, Fostering , and Supporting Cultures of Participation op bladzijde 155-165 van je CDM reader goed door. En probeer dat te lezen met een ontwerpblik: onderstreep ontwerprichtlijnen die je tegenkomt en voorbeelden waar die richtlijnen zijn toegepast. Fischer schrijft een beetje fluffy, je moet dus grondig lezen. Maak een lijstje met richtlijnen of tips voor alle drie ontwerprichtingen die Fisher geeft. Probeer ook te bedenken hoe de ontwerprichtingen die Fisher geeft elkaar kunnen versterken.
Bedenk nu een probleem waar een online participatie platform een hulpmiddel bij zou kunnen zijn. Grote uitdagingen werken het best voor deze opdracht. Denk aan hemelbestormende projecten zoals een open source film, het verbeteren van je buurt, het maken van nieuwe producten met mensen uit heel de wereld. Je kan het platform waar dit doel mee bereikt word niet helemaal ontwerpen (meta-design), maar je kan wel een paar tools ontwerpen die iets op gang kunnen brengen (social creativity, participation ecology) waardoor de eerste gebruikers van het platform de eerste stappen kunnen zetten. Deze opdracht is dus oefening in het ontwerpen van tools in plaats van oplossingen. Beschrijf voor elke tool die je ontworpen hebt hoe ze bij kunnen dragen aan het ontstaan van de community en hoe ze voldoen aan de specifieke richtlijnen die Fisher vanuit de drie ontwerprichtingen (meta-design, social creativity en participation ecology) stelt. Zeg tot slot kort iets over wat je verwacht dat er voor een community/participatie ecologie zal ontstaan kort nadat je deze eerste tools in de community hebt uitgezet.